Kwaliteit

Het Emelwerda College doet mee aan “Scholen op de kaart”. Op deze site, ook bereikbaar via de link op de schoolwebsite, zijn allerlei gegevens van de school te vinden die te maken hebben met de kwaliteit van het onderwijs. Het inspectierapport kunt u vinden op de internetpagina van de inspectie: www.onderwijsinspectie.nl. De examenresultaten van het Emelwerda College zijn uitstekend te noemen.

De kwaliteit 

Het is in het belang van de leerling dat geregeld gemeten wordt hoe de stand van zaken is met betrekking tot de beheersing van de lesstof. Ook moet aan het eind van een schooljaar gekeken worden of een leerling bevorderd kan worden naar een hoger leerjaar.

In de Tweede Fase kennen we een voortgangsrapportage. Deze voortgangsrapportages geven het gemiddelde van de tot dan toe behaalde cijfers weer. Bij de overgang gaan we niet alleen uit van de harde cijfers, maar spelen ook zaken als inzet, motivatie en doorzettingsvermogen een belangrijke rol, vooral wanneer leerlingen in de bespreekzone komen. In de onderstaande paragrafen kunt u de bevorderingsnormen voor de verschillende leerjaren per afdeling lezen.

Overgangsnormen algemeen onderbouw mavo, havo en vwo

In de onderbouw mavo, havo en vwo (klassen 1, 2 en 3) werken we met een voortschrijdend gemiddelde. Aan het einde van het schooljaar is het eindcijfer het rapportcijfer. Dat is bepalend voor de overgang. Wij benaderen hierbij de leerling en zijn resultaten op een positieve wijze, want niet voor niets is ons motto: “Samen ontwikkelen we jouw talenten!”

Voorbeeld: 5,49 wordt afgekapt 5,4 als cijfer en als eindcijfer 5 afgerond.
Voorbeeld: 5,51 wordt 5,5 wordt 6. Hierop worden de overgangsregels toegepast.

Verder gelden bij de kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde) de volgende aanvullende overgangsnormen:

  • 1 x 5 = automatisch bevorderd
  • 2 x 5 of 1 x 4 = bespreking
  • 3 x 5 of 1 x 5 en 1 x 4 of 2 x 5 en 1 x 4 of 2 x 4 = niet bevorderd

In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de overgangsnormen.

Overgangsnormen klas 1MH en 2M

Algemeen:

  • Bij de bespreking gaan we uit van de voortgang van de cijfer- en ontwikkelingsrapportage tenzij er buitengewone omstandigheden zijn. 
  • Er wordt voortdurend gekeken naar de totstandkoming en de samenstelling van de cijfers. Verder worden studiezin, mate van zelfstandig werken, inzicht, huiswerkinstelling en motivatie meegewogen. Dit gebeurt in klas 1MH m.b.v. RTTI-online en OMZA. (RTTI: Reproductie, Training, Transfer, Inzicht; OMZA: Organisatie, Meedoen, Zelfvertrouwen, Autonomie).
  • In RTTI-online komt per toets te staan wat de resultaten van respectievelijk het mavo- en havo-niveau zijn.
  • Alle vakken tellen mee.
  • De uitspraak van de overgangsvergadering is bindend.
  • Een 5 telt voor één tekort, een 4 of lager telt voor 2 tekorten.
  • Een leerling met 6 of meer tekorten kan naar een naastgelegen afdeling worden bevorderd, wanneer de cijfers verhoogd met één punt een automatische bevordering in die afdeling mogelijk maken.
  • Een leerling van 1MH met een gemiddelde van een 7 of hoger op het havo-niveau komt in bespreking om naar het havo-niveau te worden bevorderd. Er wordt ook hierbij gebruik gemaakt van RTTI-online en OMZA om vast te stellen of de leerling het havo- niveau in potentie zou kunnen volgen. De leerling die hiervoor in aanmerking komt, dient in ieder geval ook een gemiddelde van 7 of hoger op het havo-niveau te hebben op de vakken Nederlands, wiskunde en Engels.
  • In bijzondere gevallen kan van het bovenstaande worden afgeweken.

Uitleg RTTI en OMZA

Om in het eigen leerproces van de leerlingen de cognitieve indicatoren scherp en transparant te krijgen, gebruiken we de methode RTTI om leren verder te ontwikkelen. De letters RTTI geven vier niveaus van leren aan, die een effectief leerproces ondersteunen: Reproductie, Training, Transfer en Inzicht (& Innovatie). Om de persoonsvorming van leerlingen te ondersteunen, gebruiken we parallel aan RTTI de methode OMZA: Organisatie, Meedoen, Zelfvertrouwen en Autonomie. Dit zijn gedragsindicatoren waar het bij effectief leren om gaat.  De ontwikkeling van leerlingen betrekken we bij de bevorderingsnormen door het formatieve deel van de evaluatie in de ontwikkelrapportage als volgt mee te nemen. Een voorbeeld hoe de cijferlijst en de ontwikkelrapportage eruit zien, is hieronder gevisualiseerd: 


akduenfagdgsm&GnewL
M/H
Periodegemiddelde6.95.9 6.9 6.7 6
Jaargemiddelde6.35.97.45.76.93.76.76.46.1
H
periodegemiddelde6.95.5 6.9 6.7 5.8
jaargemiddelde6.25.875.96,93.86.46.45.8
M
periodegemiddelde6.96.2 6.9 6.7 6.2
jaargemiddelde6.45.97.75.66.93.66.96.46.3

Ontwikkelrapportage RTTI & OMZA

voor de weging van de summatieve toetsen geldt onderstaande norm: 

Weging RTTI-online


Rt1T2I
mavo22 1 1
havo11 2 2

Een voorbeeld:  Bij deze wiskunde-leerling uit 1MH zien we dat wiskunde op havo-niveau voor de R en I voldoende scoort. De toepassingsvragen T1 en T2 laten een mavo-niveau zien. De toepassing van de wiskunde-lesstof laat geen stabiel opbouwende lijn zien. De blauwe lijn laat de vorige summatieve meting zien.

Opstromen
Een leerling komt in bespreking om naar een hoger niveau te worden bevorderd als het gemiddelde havo-cijfer een 7 of hoger is van de RTTI-toetsen via de omgekeerde telling (T2 en I tellen dubbel). Het gemiddelde mavo- cijfer moet daarbij voldoende zijn. Er wordt m.b.v. OMZA gekeken naar studiehouding, huiswerkattitude, inzicht, motivatie, zelfstandig werken en het perspectief voor klas 2.

Heeft de leerling nog moeite met T2 en I vragen, dan kan de leerling zich verder ontwikkelen in de mavo en misschien later nog naar de havo gaan.

Afstroom of doubleren
Een leerling kan doubleren of afstromen naar een lager niveau als het gemiddelde mavo-cijfer onvoldoende is.


LEERJAAR 1MH

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0,1M2/H2
1,2M21 -
3,4M1,M2/ K22bespreking
5 of meerM1/ K1, K23 niet bevorderd

Leerjaar 2M

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0M3/H3
1,2,3M31 -
4M2,M3/ K32bespreking
5 of meerM2/ K33 niet bevorderd

Overgangsnormen klas 1,2 en 3 havo/vwo

Algemeen:

  • Bij de bespreking gaan we uit van de voortgang van de cijfer- en ontwikkelingsrapportage tenzij er buitengewone omstandigheden zijn.
  • Er wordt voortdurend gekeken naar de totstand-koming en de samenstelling van de cijfers. Verder worden studiezin, mate van zelfstandig werken, inzicht, huiswerkinstelling en motivatie meegewo-gen. Dit gebeurt in m.b.v. RTTI-online en OMZA. (RTTI: Reproductie, Training, Transfer, Inzicht; OMZA: Organisatie, Meedoen, Zelfvertrouwen, Autonomie).
  • In RTTI-online komt per toets te staan wat de resultaten van respectievelijk het havo- en vwo-niveau zijn.
  • Alle vakken tellen mee.
  • De uitspraak van de overgangsvergadering is bindend. 
  • Een 5 telt voor één tekort, een 4 of lager telt voor 2 tekorten, een 3 voor 3 tekorten, een 2 voor 4 tekor-ten en een 1 voor 5 tekorten.
  • Een leerling met 6 of meer tekorten kan naar een naastgelegen afdeling worden bevorderd, wanneer de cijfers verhoogd met één punt een automatische bevordering in die afdeling mogelijk maken.
  • Een leerling van 1HV met een gemiddelde van een 7 of hoger op het vwo-niveau komt in bespreking om naar het vwo-niveau te worden bevorderd. Er wordt ook hierbij gebruik gemaakt van RTTI-online en OMZA om vast te stellen of de leerling het vwo-niveau in potentie zou kunnen volgen. De leerling die hiervoor in aanmerking komt, dient in ieder geval ook een gemiddelde van 7 of hoger op het vwo-niveau te hebben op de vakken Nederlands, wiskunde en Engels.
  • In bijzondere gevallen kan van het bovenstaande worden afgeweken.
  • Een leerling met een gemiddelde van een 7 of hoger komt in bespreking om naar een hoger niveau te worden bevorderd. Er wordt dan gekeken naar de studiehouding, huiswerkattitude, inzicht, motivatie, zelfstandig werken en het perspectief voor klas 2 of klas 3



Uitleg RTTI en OMZA

Om in het eigen leerproces van de leerlingen de cognitieve indicatoren scherp en transparant te krijgen, gebruiken we de methode RTTI om het leren verder te ontwikkelen. De letters RTTI geven vier niveaus van leren aan, die een effectief leerproces ondersteunen: Reproductie, Training, Transfer en Inzicht (& Innovatie). Om de persoonsvorming van leerlingen te  ondersteunen, gebruiken we parallel aan RTTI de methode OMZA: Organisatie, Meedoen, Zelfvertrouwen en Autonomie.  Gedragsindicatoren waar het bij effectief leren om gaat. De ontwikkeling van leerlingen betrekken we bij de bevorderingsnormen door het formatieve deel van de evaluatie als volgt mee te nemen.Een voorbeeld hoe de cijferlijst en de ontwikkelrapportage eruit zien, is hieronder gevisualiseerd.

RTTI-cijferlijst


GSWI
H/V

Periodegem. 6.9
jaargem.6.16.7
vwo
Periodegem. 6.8
Jaargem.6.16.5
havo
Periodegem. 6.9
Jaargem.6.26.9

Ontwikkelrapportage RTTI & OMZA

Weging RTTI-online


RT1T2i
Havo22 1 1
Vwo1 1 2 2

Opstromen
Een leerling komt in bespreking om naar een hoger niveau te worden bevorderd als het gemiddelde vwo-cijfer een 7 of hoger is van de RTTI-toetsen via de omgekeerde telling (T2 en I tellen dubbel). Het gemiddelde havo- cijfer moet daarbij voldoende zijn. Er wordt m.b.v. OMZA gekeken naar studiehouding, huiswerkattitude, inzicht, motivatie, zelfstandig werken en het perspectief voor klas 2. Heeft de leerling nog moeite met T2 en I vragen, dan kan de leerling zich verder ontwikkelen in de havo en misschien later nog naar het vwo gaan.

Afstroom of doubleren
Een leerling kan doubleren of afstromen naar een lager niveau als het gemiddelde havo-cijfer onvoldoende is.

Havo 1

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0H2/V2
1,2H21 -
3,4H1,H2/M22bespreking
5 of meerH1/M23 niet bevorderd

Vwo 1

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0V2
1,2V21 -
3,4V1,V2/H22bespreking
5 of meerV1/H23 niet bevorderd

havo 2

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0,1H3/V3
1,2,3H31 -
4,5H2/H3/M32bespreking
6 of meerH2/M23 niet bevorderd

VWO/ATHENEUM 2

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0V3
1,2,3V31 -
4,5V2/V3/H32bespreking
6 of meerV2/H23 niet bevorderd

VWO/GYMNASIUM 2

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0V3
1,2,3V31 -
4,5V2/V3/H32bespreking
6 of meerV2/H23 niet bevorderd

havo 3

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0H4/V4
1,2,3H41 -
4,5H4/H3/M42bespreking
6 of meerH3/M43 niet bevorderd

VWO/ATHENEUM 3

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0V4
1,2,3V41 -
4,5V3/V4/H42bespreking
6 of meerV3/H43 niet bevorderd

vwo/gymnasium 3

Tekorten alle vakkenMogelijke besluitenTekorten kernvakken
ne, en, wi
consequentie
0V4
1,2,3V41 -
4,5V3/V4/H42bespreking
6 of meerV3/H43 niet bevorderd

Overgangsnormen bovenbouw

Overgangsnormen van 3 mavo naar 4 mavo

Klas 3 en 4 mavo vormen samen de schoolexamenperiode, die aan het eind van klas 4 met het centraal examen wordt afgesloten. Dit houdt in dat alle cijfers én de uit te voeren handelingsdelen deel uitmaken van het examen. De leerlingen ontvangen voor de herfstvakantie het programma voor toetsing en afsluiting (PTA). Hierin staat de leerstof en een overzicht van de toetsen beschreven. De regels betreffende het schoolexamen en het centraal examen staan beschreven in het examenreglement. Zowel in het derde als het vierde leerjaar ontvangt de leerling drie maal een SE-kaart. Hierop staan de tot dan toe behaalde resultaten vermeld. Op basis van de derde SE-kaart wordt de leerling wel of niet bevorderd naar het vierde leerjaar. De overgangsnormen komen zoveel mogelijk overeen met de slaag-/ zakregeling zoals die in artikel 49 van het examenbesluit is opgenomen. Naast de resultaten bepalen ook de werkhouding, het inzicht, de concentratie en de belangstelling of een leerling in deze leerweg kan worden bevorderd naar het 4e leerjaar en dus voldoende uitzicht heeft op het behalen van het diploma in deze leerweg.

De leerling wordt (automatisch) bevorderd indien hij: voor de vakken genoemd in 1, 2:

  • a. voor ten hoogste één van zijn (examen)vakken het eindcijfer 5 heeft gehaald en voor zijn overige (examen) vakken een 6 of hoger, of
  • b. voor ten hoogste één van zijn (examen)vakken het eindcijfer 4 heeft gehaald en voor zijn overige (examen) vakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger, of
  • c. voor twee van zijn (examen)vakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige (examen)vakken een 6 of hoger waarvan ten minste één 7 of hoger.

Voor de overige vakken geldt:

  • Het vak kv1 moet met voldoende eindcijfer worden afgesloten. Bij een onvoldoende eindcijfer voor kv1 is de leerling verplicht om extra opdrachten te maken omdat dit vak alleen in leerjaar 3 wordt gegeven.
  • Het vak lo moet in leerjaar 3 en 4 met voldoende eindcijfer worden afgesloten. Bij een onvoldoende eindcijfer voor lo in leerjaar 4 is de leerling verplicht om extra opdrachten te maken.
  • Het vak godsdienst en de maatschappelijke stage tellen mee als een handelingsdeel en moeten met een voldoende worden afgesloten.

De leerling wordt besproken indien hij niet voldoet aan de onder a t/m c genoemde criteria. Dit kan leiden, in overleg met leerling en ouders/verzorgers, tot een advies voor een alternatief traject.

Handelingsdeel / Praktische opdracht
Handelingsdelen, die in het PTA van de klas vermeld staan, moeten voor de laatste lesdag van het cursusjaar met een voldoende zijn afgerond.

Examennormen klas 4 mavo (theoretische leerweg) en vmbo gemengde leerweg
Aan de leerlingen die in het examenjaar zitten, wordt vóór de herfstvakantie het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting (PTA) uitgereikt. Hierin staat alle informatie die de leerling nodig heeft om goed voorbereid aan het examen te kunnen deelnemen.

Overgangsnormen voor de Tweede Fase (4,5 havo & ,4,5,6 vwo)

    Uitgangspunten:

    1. De overgangsnormen zijn gebaseerd op de zak/slaagregeling van het eindexamenbesluit.
    2. Bij de overgang is het overgangscijfer bepalend. Dit overgangscijfer is het gemiddelde van de in het  schooljaar behaalde cijfers. De cijfers op de rapportages worden op 1 decimaal afgerond. De systematiek is: eerst wordt het gemiddelde berekend op basis van onderliggende cijfers met bij-behorende weging. Dit cijfer wordt afgekapt op 1 decimaal. Het eindcijfer wordt daarna op helen afgerond. Bijvoorbeeld: 5,49 wordt 5,4 als rapportcijfer (afgekapt) en een 5 als eindcijfer (afgerond). Bijvoorbeeld 5,51 wordt 5,5 wordt 6. Hierop worden de overgangsregels toegepast.
    3. Combicijfer maa, ckv, pws. De vakken godsdienst en lichamelijke opvoeding worden niet becijferd, maar worden beoordeeld met de kwalificaties ‘onvoldoende’, ‘voldoende’, of ‘goed’.
    4. Handelingsdelen van een vak kunnen worden beoordeeld met de kwalificaties ‘onvoldoende’, ‘voldoende’, of ‘goed’; handelingsdelen dienen uiterlijk drie weken voor de rapportvergadering te worden afgesloten.
    5. Als de vakken gd, en lo, alsmede de handelingsdelen van andere vakken niet met tenminste een voldoende zijn afgesloten, krijgt de leerling nog tot de rapportvergadering de gelegenheid hieraan te voldoen.
    6. Om te kunnen worden bevorderd, dienen de vakken gd, en lo alsmede handelingsdelen van andere vakken met tenminste een voldoende te zijn afgesloten
    7. De vakken maatschappijleer, ckv en het profielwerkstuk tellen mee voor het combinatiecijfer.
    • geen onvoldoendes = automatisch bevorderd
    • 1 x 5 = automatisch bevorderd
    • 1 x 4 en gemiddelde van eindcijfers tenminste 6,0 = automatisch bevorderd
    • 2 x 5 en gemiddelde van eindcijfers tenminste 6,0 = automatisch bevorderd
    • 1 x 5, 1 x 4 en gemiddelde van eindcijfers ten-minste 6,0 = automatisch bevorderd
    • 1 x 4 en gemiddelde van eindcijfers lager dan 6,0 = bespreking
    • 2 x 5 en gemiddelde van eindcijfers lager dan 6,0 = bespreking
    • 1 x 5, 1 x 4 en gemiddelde van eindcijfers lager dan 6,0 = bespreking
    • 2 x 4 en gemiddelde van eindcijfers tenminste 6,0 = bespreking
    • 3 x 5 en gemiddelde van eindcijfers tenminste 6,0 = bespreking
    • 2 x 5, 1 x 4 en gemiddelde van eindcijfers ten-minste 6,0 = bespreking
    • Alle andere situaties = niet bevorderd

    Verder gelden voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde de volgende aanvullende overgangsnormen: 

    • 1 x 5 voor Netl/Entl/wis = automatisch bevorderd
    • 2 x 5 of 1 x 4 voor Netl/Entl/wis = bespreking
    • 3 x 5 of 1 x 5 en 1 x 4 of 2 x 5 en 1 x 4 of 2 x 4 voor Netl/Entl/wis = niet bevorderd

    Doorstroomgegevens

    Het is belangrijk om te weten wat er met de leerlingen binnen hun Emelwerdaloopbaan gebeurt. Dit kan aan de hand van de instroom-, doorstroom- en uitstroomgegevens. Instroomgegevens geven aan hoeveel leerlingen in de brugklas en in de overige klassen in een bepaalde afdeling binnenkomen. Doorstroomgegevens laten zien hoeveel verschuivingen er intern in een jaar zijn en naar welke leerjaren van welke afdelingen de leerlingen doorstromen. Uitstroomgegevens tonen de hoeveelheid leerlingen die aan het einde van het schooljaar in een bepaald leerjaar zitten. Deze gegevens liggen ter inzage bij de administratie van de school.

    Examenresultaten