Onderwijs

Kernteams

Op het Emelwerda College wordt in kernteams gewerkt. Een groep docenten is verantwoordelijk voor een beperkt aantal klassen. Een aantal voordelen: 

  • korte lijnen tussen docenten en leerlingen
  • rust en overzicht 
  • kleinschalige leeromgeving
  • onderwijskundige afstemming

De indeling van de kernteams is als volgt:

  • vmbo bb/kb - Vakcollege Noordoostpolder Techniek 
  • vmbo bb/kb - Vakcollege Noordoostpolder Zorg & Welzijn / Economie & Ondernemen
  • mavo (klassen 1 t/m 4)
  • onderbouw havo/vwo (klassen 1 en 2)
  • bovenbouw havo (klassen 3, 4 en 5)
  • bovenbouw vwo (klassen 3, 4, 5 en 6)

    Niet lesgebonden activiteiten

    Naast de vaklessen behoren ook andere activiteiten tot het onderwijsaanbod van een klas op het Emelwerda College. Voorbeelden:

    • Steunlessen voor vakken waar de leerlingen moeite mee hebben. Leerlingen kunnen hier zelf voor kiezen, maar ook de mentor of vakdocent kan een leerling hier naartoe sturen. In de onderbouw mavo/ havo/vwo zijn de leerlingen met een onvoldoende voor één van de vakken die in de steunlessen worden aangeboden verplicht deze lessen te volgen.
    • Projecten die vaak met meerdere vakken te maken hebben. De vaardigheden samenwerken en presenteren komen hier aan bod. Het aanbod van projecten zal steeds uitgebreider worden om te kunnen aansluiten bij de interesses van de leerlingen.
    • Buitenschoolse sportieve activiteiten als mountainbiken, schieten, zwemmen, etc.
    • Mentoruur, waar de mentor met de klas zaken bespreken kan.
    • Bedrijfsbezoeken Vakcollege Noordoostpolder.
    • Gastlessen.
    • Stages.

    Onderwijs op maat

    Om tegemoet te komen aan de specifieke verschillen tussen leerlingen zorgen we voor maatwerk op verschillende gebieden. Op de website vindt u daarover meer informatie. Hieronder volgt een aantal voorbeelden:

    Zorgleerlingen
    Op het Emelwerda College is een zorgcoördinator die in overleg met de ouders trajecten kan uitzetten voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. Op deze manier kunnen deze leerlingen via maatwerk het lesprogramma volgen. Een aantal voorbeelden: dyslexie, faalangst, examenvrees. We zorgen voor een goede voorlichting aan de docenten die lesgeven aan een autistische leerling en samen met de ambulant begeleider wordt regelmatig met de leerling en de ouders gesproken over de voortgang. Waar nodig wordt voor een aanpassing in het onderwijsprogramma gezorgd.

    Muzikale talenten
    Deze leerlingen steken vaak veel tijd in de ontplooiing van hun muzikale talenten en volgen soms een vooropleiding voor het conservatorium. Afdelingsleiders bespreken de organisatie hiervan met de ouders en de leerlingen.

    Sporttalenten
    Het is voor ons een vanzelfsprekendheid dat voor leerlingen met kwaliteiten op sportgebied extra voorzieningen worden getroffen. Ook trainingsstages worden in het onderwijsprogramma ingepast.

    Plusklas voor groep 8
    Het Emelwerda College heeft een plusklas voor meer- en hoogbegaafde kinderen uit groep 8. Op de woensdagochtend komt er een groep van 12 meer- en hoogbegaafde kinderen van verschillende basisscholen naar het Emelwerda College om verrijkingslessen te volgen. Deze lessen worden verzorgd door een specialist in hoogbegaafdheid en door verschillende vakdocenten.

    Pluslessen voor hoogbegaafde leerlingen 
    Hoogbegaafde leerlingen krijgen extra ontplooiingsmogelijkheden aangeboden. In zowel onder- als bovenbouw bestaat de mogelijkheid voor meer- en hoogbegaafde leerlingen om enkele lessen per week te werken aan een zelfgekozen project, in plaats van de reguliere lessen, onder begeleiding van een specialist in hoogbegaafdheid. In de bovenbouw is het ook mogelijk extra vakken of modules waaronder Spaans, te volgen.

    Talentstromen in de brugklas mavo, havo en vwo
    Naast de reguliere lessen is het mogelijk om te kiezen voor lessen passend bij de interesse. Die keuze geldt voor het hele schooljaar. Leerlingen kunnen sportoriëntatie volgen in de sportklas. Daarnaast kan gekozen worden voor lessen in de cultuurklas. Deze bieden een scala aan mogelijkheden op het terrein van fotografie, dans, drama, muziek en beeldende vorming. Er is ook nog de mogelijkheid om te kiezen voor workshops. Voor havo/vwo-leerlingen is er het technasium, waarin de leerling zelf onderzoek doet en ontwerpen maakt. Ook kan er in plaats van het vak Engels gekozen worden voor Cambridge Engels. Alle mavo-leerlingen maken vanaf de eerste klas kennis met Bèta Challenge. Het gymnasium wordt niet gezien als talentstroom maar je kunt er natuurlijk wel voor kiezen als je vwo-leerling bent.  

    Brugklassen

    Bij de plaatsing in de brugklas speelt het advies van de basisschool en het leerlingvolgsysteem een belangrijke rol. De naast elkaar liggende niveaus sluiten goed op elkaar aan, waardoor de leerlingen gemakkelijk van niveau kunnen veranderen. Om de overstap vanuit het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs soepel te laten verlopen is een wenperiode ingesteld. Deze kan per brugklasniveau verschillen.

    Sportklas

    De sportklas is er voor leerlingen die een brede belangstelling voor sport hebben en het leuk vinden om zelf aan sport te doen. De sportklas is er voor leerlingen met het niveau mavo, havo en vwo. In de sportklas volg je alle vakken als groep en heb je één uur lo extra per week. Daarnaast is er één middag in de week sportoriëntatie. De sportoriëntatie brengt voor de ouders extra kosten met zich mee. Deze kosten bedragen ongeveer e 150,-. Van deze kosten worden ook trainers en materialen betaald. Tijdens de sportoriëntatie doe je allerlei sporten die je tijdens de reguliere gymuren niet krijgt. We werken dan met onderdelen uit de ‘blokken’: Sport en Bewegen (kanoën, schermen, handboogschieten, kickboksen, weerbaarheidstraining enz.), Sporten met een beperking (goalbal, rolstoelbasketbal, balansruiters), Sport en Gezondheid (ehbo, voeding) en Bewegen en Regelen (organiseren, leiding geven). Kortom, uitdagingen en activiteiten genoeg!

    Gedurende het eerste en tweede jaar kan een leerling dus kiezen om deel te nemen aan de sportklas. Daarna kan in de 3e en 4e klas van de mavo en in de 4e en 5e klas van de havo gekozen worden voor respectievelijk LO2 en BSM. Dit betekent dat de leerling naast de reguliere lo-lessen lo als examenvak kiest.

    Internationalisering

    Dankzij de toegenomen mobiliteit en de huidige communicatiemiddelen ontwikkelen wij ons steeds meer van dorps- of stadsbewoner naar wereldburger. Op het Emelwerda College wordt, zowel in theorie als in praktijk, ruime aandacht aan internationalisering besteed. In lessen en projecten komen veelvuldig andere landen, volken en culturen aan de orde. Zij leveren zo actief een bijdrage aan de verbetering ervan.

    Het is belangrijk dat leerlingen zich, ook internationaal, oriënteren op de arbeidsmarkt en de mogelijkheden buiten Nederland. De schoolreizen in het vierde leerjaar laten de leerlingen daadwerkelijk kennis maken met andere landen en gewoonten. Internationalisering krijgt verder gestalte door onze participatie in de Erasmus+- projecten van het Europees Platform.

    Maatschappelijke diensttijd

    Het Emelwerda College vindt het belangrijk dat leerlingen de mogelijkheid krijgen hun talenten te ontwikkelen. Ook vinden we het belangrijk om aandacht te besteden aan actief burgerschap. Naast het aanleren van sociale vaardigheden, het opdoen van kennis over de democratische rechtsstaat, orde, netheid en discipline, leveren de leerlingen een bijdrage aan de samenleving. Mw. Veenstra-de Hoop is onze coördinator maatschappelijke diensttijd. Maatschappelijke diensttijd betekent het doen van vrijwilligerswerk. Werk voor andere mensen, organisaties of de samenleving, dat onbetaald is en in georganiseerd verband wordt verricht. De maatschappelijke diensttijdkan goed als oefenplaats dienen voor burgerschapsdoelen, zoals kennismaken met de samenleving. Leerlingen bieden hulp aan zwakkeren in de samenleving, tonen verantwoordelijkheid voor het welzijn van anderen en leren samenwerken met anderen.

    Mavo (vmbo-theoretische leerweg en vmbo-gemengde leerweg)

    Mavo Emelwerda College

    De ondernemende mavo. Klein, veilig en maximaal resultaat
    De mavo van het Emelwerda College is er speciaal voor leerlingen met een mavo (vmbo-t) en een vmbo-t/havo-advies.Het is dé school in Emmeloord voor leerlingen die een mavo/havo-advies krijgen. Op onze mavo krijgen ze twee jaar de kans om te bewijzen dat ze kunnen doorstromen naar de havo. Vanaf de derde klas kunnen de leerlingen kiezen voor een doorstroom naar het mbo, een doorstroom naar de havo, of beide mogelijkheden nog open houden. Dat onze doorlopende leerlijn mavo-havo een succes is, blijkt uit de goede resultaten die onze ex-mavo leerlingen op de havo halen.

    Eigen gebouw
    De mavo van het Emelwerda College is een kleine school met een eigen gebouw. Kleinschaligheid is belangrijk omdat het een waarborg zal zijn voor veiligheid, geborgenheid en persoonlijke aandacht.

    Veel structuur
    Mavo-leerlingen komen tot de beste resultaten als de school structuur biedt. Dat betekent dat de mavo van het Emelwerda College orde en discipline belangrijk vindt en dat we op een prettige, respectvolle manier met elkaar willen omgaan. Leerlingen hebben vaste schooltijden. Lesuitval wordt tot een minimum beperkt. De gegevens over absentie, cijfers etc. zijn via Magister voor ouders/verzorgers inzichtelijk. Zo weten ze precies hoe hun kind ervoor staat.

    Degelijk maar modern
    Wij willen dat onze leerlingen maximaal presteren. Daarom staan we voor degelijk onderwijs. Degelijk is echter niet gelijk aan ouderwets. De mavo werkt met moderne leerboeken en -methodes.

    Begeleid huiswerk maken
    Leerlingen krijgen bij de verschillende vakken huiswerk. Dit huiswerk bestaat uit maakwerk en leerwerk. Veelal is er bij elke les een moment waarin onder begeleiding het maakwerk gemaakt kan worden. Huiswerkvrij is de school niet. Leerwerk, de puntjes op de i zetten, leren voor een proefwerk zijn zaken die thuis moeten gebeuren.

    Steunles
    De mavo van het Emelwerda College biedt elke leerling extra steunlessen. Deze lessen staan op een vast moment in het rooster, daarnaast bieden de docenten ook begeleidingsmogelijkheden binnen en buiten de reguliere lessen.

    Extra mogelijkheden
    Extra mogelijkheden binnen onze mavo zijn de vakken: Technologie & Toepassing en het vak LO-2 als examenvak. Dit laatste vak sluit prima aan op de sportklas en het is ook mogelijk dit vak als examenvak te kiezen.

    Bèta challenge

    Leerlingen van de mavo krijgen vanaf het eerste leerjaar het vak Technologie & Toepassing , waarmee zij deelnemen aan het Bèta Challenge programma. Het Bèta Challenge Programma (BCP) is de brug tussen voortgezet onderwijs en de sector techniek. Het programma wordt in samenwerking met het mbo (middelbaar beroepsonderwijs) en bedrijven en/of maatschappelijke instellingen ontwikkeld en uitgevoerd. In de eerste en in de tweede klas hebben alle leerlingen het vak Technologie & Toepassing.

    Bèta Challenge is een programma voor mavo-leerlingen. Havo- en vwo-leerlingen van onze school kunnen kiezen voor het technasium. Voor basis- en kaderleerlingen is er het Vakcollege Techniek. Aan het eind van klas 2 kiest de leerling - gelet op zijn/haar interesse en mogelijkheden - of hij/zij doorgaat met het vak Technologie & Toepassing.

    Verschillende leerwegen

    De mavo leidt leerlingen op voor opleidingen van niveau 4 in het middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat leerlingen, na het succesvol afsluiten van het eindexamen via de mavo kunnen doorstromen naar de havo. In de gemengde leerweg zit in het gemeenschappelijke deel het vak Technologie & Toepassing. De naam technologie is enigszins misleidend. Technologie & Toepassing is geen technisch vak, maar een vak dat uitgaat van een onderwijsconcept waarbij leerlingen op een realistische wijze leren bepaalde problemen op te lossen. Het vak biedt een brede loopbaanoriëntatie en is in leerjaar 3 gericht op de sectoren techniek, zorg&welzijn, economie en landbouw.

    Vakkenpakketten

    Mavo (theoretische leerweg)

    Gemeenschappelijk deel
     

    • Nederlands
    • Engels
    • wiskunde
    • maatschappijleer in leerjaar 4
    • lichamelijke opvoeding
    • kunst & cultuur
    • culturele kunstzinnige vorming (ckv)
    • godsdienst

    Sectorvakken
    Techniek

    • Wiskunde
    • Natuurkunde

    Zorg & Welzijn

    • Biologie
    • En bij voorkeur een keuze uit: wiskunde, geschiedenis of Aardrijkskunde 

    Economie

    • Economie
    • En bij voorkeur een tweede moderne vreemde taal

    Landbouw

    • Wiskunde
    • En keuze uit: biologie of natuurkunde

    Vrije deel
    Eén of twee algemene vakken. Het algemene vak kan zijn: Frans, Duits, wiskunde, natuur-/scheikunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en/of economie. Iedere week worden er steunlessen aan de leerlingen gegeven. Leerlingen gaan tijdens dit lesuur naar een vak waar ze extra aandacht aan willen besteden.

    Voor het doorgaan van een plaatsing in een afdeling of een keuzevak, zijn minimaal tien leerlingen nodig die dat hebben gekozen. Voor het toch door laten gaan van bepaalde keuzes, kunnen er aangepaste oplossingen gezocht worden.

    DELF

    DELF - DIPLÔME D’ ÉTUDES DE LA LANGUE FRANÇAISE
    Vanaf dit schooljaar kunnen leerlingen vanaf de derde klas mavo, havo, vwo op een andere manier Frans leren. In navolging van Cambridge Engels kunnen zij een internationaal erkend diploma halen voor Frans, op niveau A1 of A2, afhankelijk van het advies van de docent. Voor de leerlingen die DELF kiezen, is het een extra vak met minder grammatica. De nadruk ligt op de vaardigheden lezen, schrijven, luisteren, spreken. Het examen wordt niet door school gemaakt maar door een Franse instelling.

    Het DELF-diploma helpt bij het aanmelden voor studies in het buitenland en het vinden van een baan in het buitenland.

    Havo en vwo

    Havo/vwo op Emelwerda College

    Onderbouw havo en vwo
    De afdelingen havo en vwo krijgen hun lessen voornamelijk in gebouw de Peppel. Gebruik van de huiswerkfunctie in Magister is verplicht. In klas 1 en 2 wordt het huiswerk ook op papier in de agenda genoteerd; uiteraard dienen deze gegevens overeen te komen met het huiswerk dat in Magister staat. De papieren agenda is leidend. De leerlingen in de onderbouw worden al enigszins voorbereid op de manier van werken in de bovenbouw. Zo krijgen zij te maken met repetitiedagen en een repetitieweek.

    In de mentorlessen van de derde klassen wordt door de mentor en de decaan een aantal keuzebegeleidingslessen gegeven. De docenten brengen een advies uit over de kansen voor hun vak in de bovenbouw en voorafgaand aan de definitieve keuze heeft de decaan een gesprek met de leerlingen.

    Bij onvoldoende belangstelling (minder dan 10 leerlingen kiezen een vak) behoudt de school zich het recht voor dit vak niet aan te bieden. Dit geldt niet voor het vak Latijn in het vwo.

    De Tweede Fase (klassen 4 havo/vwo, 5 havo/vwo en 6 vwo)
    Veel leerlingen ervaren in klas 4 een groot verschil in vergelijking met de gang van zaken in de onderbouw. In de eerste plaats zijn de klassenverbanden doorbroken. In stamgroepen volgen de leerlingen de lessen uit het gemeenschappelijke deel zoals Nederlands, maatschappijleer en godsdienst. Andere vakken worden gegeven in clustergroepen, waarin leerlingen uit verschillende parallelklassen bij elkaar zitten.

    De leerlingen in de Tweede Fase hebben aan het eind van klas 3 een keus gemaakt uit één van de volgende profielen: cultuur en maatschappij (c&m), economie en maatschappij (e&m), natuur en techniek (n&t) of natuur en gezondheid (n&g). Geleidelijk krijgen de leerlingen nu een grotere mate van zelfstandigheid. De verantwoordelijkheid voor hun eigen leerprestaties komt meer bij de leerlingen te liggen. De docent is meer begeleidend dan docerend bezig. Langzamerhand wordt dit ingevoerd. Leerlingen worden niet zomaar losgelaten. Een belangrijke rol is weggelegd voor de mentor. Deze heeft een klas onder zijn/haar hoede of heeft samen met een collega- docent als ‘mentorenduo’ een halve klas. De mentor is wekelijks in de gelegenheid om (tijdens of buiten de mentorles) met de leerlingen gesprekken te voeren over  hun prestaties en studievoortgang. Ook vakdocenten houden goed in de gaten of de leerlingen voldoende op schema liggen. Studiewijzers geven aan welke stof per week of per les wordt behandeld, wat de leerlingen dan gemaakt en geleerd moeten hebben, wanneer toetsen plaatsvinden, wanneer praktische opdrachten moeten worden ingeleverd enz. Hierbij wordt gebruik gemaakt van Magister.

    Het examen bestaat uit het schoolexamen (SE) en het centraal examen (CE). Al in klas 4 worden er zaken getoetst of worden er bepaalde opdrachten gemaakt die meetellen voor het schoolexamen. De meeste vakken hebben zowel een schoolexamen als een centraal examen, maar sommige vakken zoals maatschappijleer en ckv (culturele en kunstzinnige vorming) kennen uitsluitend een schoolexamen.

    In de Tweede Fase maken de leerlingen kennis met enkele nieuwe vakken zoals maatschappijwetenschappen, bedrijfseconomie en (voor het vwo) wiskunde D. De precieze veranderingen die de Tweede Fase met zich meebrengt in vergelijking met de onderbouw, staan in het examenreglement Tweede Fase en in het programma van toetsing en afsluiting (PTA). Beide documenten zijn te vinden in Magister en worden aan het begin van klas 4 uitgebreid toegelicht, aan de leerlingen in de mentorlessen en aan de ouders tijdens de eerste ouderavond.

    Behalve met toetsen krijgen de leerlingen in de Tweede Fase ook veelvuldig te maken met praktische opdrachten (verslagen, werkstukken en dergelijke) die soms ook moeten worden gepresenteerd aan medeleerlingen. Cijfers voor praktische opdrachten (po’s) tellen mee voor het schoolexamen. In het laatste deel van het voorexamenjaar en het eerste deel van het examenjaar maken de leerlingen een profielwerkstuk, dat gepresenteerd wordt aan ouders en medeleerlingen tijdens een presentatieavond op school. Het profielwerkstuk is een uitgebreide praktische opdracht voor één van de vakken, waarin de leerling kan laten zien welke vaardigheden hij beheerst en in welke mate. Het gaat daarbij niet alleen om het eindresultaat, maar ook om het proces. De leerling moet zijn activiteiten documenteren, zodat deze voor de docent tijdens de beoordeling inzichtelijk zijn.

    Naast praktische opdrachten waarvoor cijfers worden gegeven, zijn er ook nog handelingsdelen die niet worden beoordeeld met een cijfer. De term handelingsdeel houdt in dat een leerling moet aantonen dat hij een bepaalde handeling naar behoren heeft verricht. Een handelingsdeel kan bijvoorbeeld het bezoeken van een open dag bij een vervolgopleiding in het kader van loopbaanoriëntatie (lob) zijn, een onderdeel van de begeleiding die de decaan biedt.

    Er zijn in de niet examenklassen drie toetsweken met maximaal drie toetsen per dag. Tussen de toetsweken in wordt een beperkt aantal toetsen gegeven. In klas 4 havo worden in het begin méér toetsen en toetsen over kleinere gehelen gegeven dan in de vwo afdeling. Ook al spreken we vaak over de Tweede Fase als benaming van de bovenbouw havo/vwo als geheel, er zijn wel degelijk verschillen tussen havo- en vwo-leerlingen en daar worden inhoud en organisatie van het onderwijs op afgestemd.

    Het onderwijs in de klassen 5 havo en 6 vwo staat geheel in het teken van het schoolexamen en het centraal examen. Het schoolexamen wordt in drie perioden afgenomen. Het centraal examen vindt vanaf eind mei plaats.

    Technasium

    Het Emelwerda College heeft het officiële Technasiumpredikaat. Het Technasium is een unieke formule voor beter bèta-onderwijs voor havo en vwo. Leerlingen die voor het Technasium kiezen, krijgen het vak onderzoek & ontwerpen waarin ook examen gedaan wordt. Voor het aandragen en uitvoeren van geschikte projectopdrachten is een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en de overheid essentieel. De resultaten van de opdrachten worden ook daadwerkelijk aan de opdrachtgevers gepresenteerd.

    Het verschil met het gewone onderwijs is dat aan levensechte opdrachten wordt gewerkt en actief onderzoek wordt gedaan. Kiezen voor het Technasium vraagt een actieve, ondernemende instelling van de leerling. Onderzoek prikkelt de nieuwsgierigheid en het verlangen om de wereld te begrijpen. De levensechte opdrachten doen een beroep op de leerling om problemen praktisch op te lossen.

    Gymnasium

    Het Emelwerda heeft een gymnasiumafdeling. Om hieraan te “ruiken” worden er in de brugklas enkele uren oriëntatie op het gymnasium gegeven: de GO-lessen. Vanaf klas 2 kan de vwo-leerling dan kiezen voor de talentstroom gymnasium. Dan verdiep je je in taal en cultuur van de Romeinen en de Grieken. Deze keuze geldt in principe voor twee jaar. Aan het eind van klas 3 kan een leerling ervoor kiezen om Latijn en Grieks op te nemen in zijn/haar profielkeuze en daarin examen te doen.

    Latijn en Grieks zijn talen waarbij je wordt gedwongen om heel precies te kijken wat er nu eigenlijk staat. Door het leren vertalen van Latijnse en Griekse teksten, leer je niet alleen die zinnen zelf te ontcijferen, maar train je ook in het algemeen je vaardigheid om ingewikkelde problemen op te lossen. Gymnasium biedt uitdagend onderwijs voor de nieuwsgierige leerling die wil weten hoe het precies zit.

    Als je iets van Latijn en Grieks weet, begrijp je sneller de moeilijke woorden in het Nederlands. Latijn is bovendien de taal waaruit de Romaanse talen zijn ontstaan: Frans, Spaans, Portugees, Italiaans en Roemeens. Ook het Engels is voor een deel een Romaanse taal. Op school helpt kennis van Latijn je daarom bij het leren van andere talen, zoals Engels en Frans.

    Men zegt wel dat de klassieke Oudheid de ‘bakermat’ (zeg maar de wieg) van onze beschaving is. Overal om ons heen zijn sporen van de Romeinen en Grieken terug te vinden: woorden in onze taal, gebruiken als onze kalender, gebouwen met een klassieke uitstraling, spreekwoorden en uitdrukkingen die teruggaan op verhalen over beroemde Grieken, zoals de Achilleshiel, of een film over de held Hercules in de bioscoop. Op bijna alle gebieden van cultuur en wetenschap is de invloed van de klassieke cultuur groot.

    Tijdens de lessen reizen we terug in de tijd om de Romeinen en Grieken te ontmoeten die nog altijd zoveel invloed op ons hebben. Een ontdekkingsreis waarin we zowel de wereld van de oudheid als de wereld van nu beter leren kennen.

    Cambridge Engels (CAM)

    Engels is een van de belangrijkste talen ter wereld. In het internationale bedrijfsleven wordt bijna uitsluitend Engels gesproken. Ook onze eigen samenleving krijgt een steeds internationaler karakter. In veel Nederlandse bedrijven wordt steeds meer Engels gesproken en ook in het vervolgonderwijs wordt erg veel gecommuniceerd in het Engels. Het is vaak te duur om Engelstalige studieboeken in het Nederlands te vertalen en men gebruikt dan het Engelse (of Amerikaanse) boek. Er bestaan in Nederland inmiddels 3 University Colleges (in Utrecht, Middelburg en Maastricht). Dat zijn Engelstalige afdelingen van reguliere Nederlandse universiteiten en ook de Hogeschool Windesheim is gestart met Engelstalig hbo-onderwijs.

    In de brugklas havo en vwo van het Emelwerda College is het mogelijk te kiezen voor Cambridge Engels. Je blijft tot en met het voorexamenjaar in deze klas. Het doel van de cursus is het halen van officiële certificaten (First Certificate in English voor havo en Certificate in Advanced English voor vwo) die je wereldwijd een voorsprong geven bij de toelating tot een Engelstalige opleiding (College, University etc.)

    Leerlingen kunnen deelnemen aan CAM, nadat er volgend op de aanmelding een intake heeft plaatsgevonden en er voldoende capaciteiten voor dit vak aanwezig zijn. Bij de intake wordt gelet op:
    1. capaciteiten voor dit vak;
    2. CITO score in het bijzonder het taalgedeelte.
    Aan het einde van elk schooljaar wordt door de rapportenvergadering de beslissing genomen of CAM kan worden gecontinueerd.

    • Leerlingen mogen doorgaan als het cijfer voor CAM een 6 is of hoger. Is het cijfer lager dan 6 dan wordt CAM vervangen door Engels. De argumentatie hiervoor wordt door de docent en de mentor met de leerling en de ouders besproken.
    • De leerling kan zelf aangeven niet te willen doorgaan met CAM. Dit kan in de onderbouw alleen aan het einde van het schooljaar, in de bovenbouw (Tweede Fase) na de eerste of tweede tussenrapportage of aan het einde van het schooljaar.
    • De rapportenvergadering kan bij meer dan 1 onvoldoende voor de vakken CAM, wiskunde en Nederlands het besluit nemen, dat er niet mag worden doorgegaan met CAM.
    • Wanneer een leerling in de onderbouw doubleert of afstroomt mag geen CAM meer worden gevolgd. In de bovenbouw (Tweede Fase) kan de rapportenvergadering besluiten dat in geval van doubleren of afstromen geen CAM meer mag worden gevolgd, afhankelijk van het gekozen profiel en vakkenpakket.
    • In bijzondere gevallen kan door de rapportvergaderingen worden besloten tussentijds CAM te vervangen door het vak Engels.


    Aan het volgen van het Cambridge programma op school en het deelnemen aan het examen zijn kosten verbonden. Het programma wordt afgesloten met een examen op een externe locatie (Zwolle) op twee verschillende dagen; een mondeling examen en een schriftelijk examen. Vervoer per bus wordt door school geregeld. Om deel te kunnen nemen aan het examen dienen ouders de examenkosten vooraf te betalen. Leerlingen die het examen in Cambridge Engels met goed gevolg afleggen ontvangen een First Certificate in English (havo) of een Certificate in Advanced English (vwo) waarmee zij hun kennis van de Engelse taal aan kunnen tonen.

    DELF

    DELF - DIPLÔME D’ ÉTUDES DE LA LANGUE FRANÇAISE

    Vanaf komend schooljaar kunnen leerlingen vanaf de derde klas mavo, havo, vwo op een andere manier Frans leren. In navolging van Cambridge Engels kunnen zij een internationaal erkend diploma halen voor Frans, op niveau A1 of A2, afhankelijk van het advies van de docent.

    Voor de leerlingen die DELF kiezen, is het een extra vak met minder grammatica. De nadruk ligt op de vaardigheden lezen, schrijven, luisteren, spreken. Het examen wordt niet door school gemaakt maar door een Franse instelling.

    Het DELF-diploma helpt bij het aanmelden voor studies in het buitenland en het vinden van een baan in het buitenland.

    CKV (culturele kunstzinnige vorming)

    Het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) is verplicht in de bovenbouw havo/vwo. De studielast voor CKV is 120 uur voor 4 havo en 160 uur voor 4 vwo en 5 vwo. ‘Kunst actief meemaken’ is het doel van het vak. Kunst ervaren en beschouwen vraagt van leerlingen betrokkenheid, inzet, kennis en vaardigheden. En omdat de betekenis van kunst nooit vastligt, is een open en onderzoekende houding vereist. Toetsing bij CKV gaat over het beoordelen en waarderen van bijvoorbeeld het doen van onderzoek, het ervaren van kunst, het verwerken van nieuwe inzichten in de kunstautobiografie en de reflectie op culturele activiteiten. CKV kent alleen een schoolexamen, dat betrekking heeft op de domeinen A t/m D. De leerling sluit het vak met een cijfer af. Dit cijfer teltmee in het combinatiecijfer, samen met maatschappijleer en het profielwerkstuk.